Afkortingen zijn niet meer weg te denken uit ons dagelijks leven. Je ziet ze op je telefoon, op straat, op het werk en in de krant. Soms weet je precies wat ze betekenen. Maar soms staar je naar een reeks letters en heb je geen idee waar ze voor staan. Dat overkwam vroeger iedereen wel eens met iets als RSVP op een uitnodiging, en tegenwoordig gebeurt hetzelfde met termen als LOL, BDE of ASAP. De wereld van verkorte schrijfwijzen is groot, divers en soms verwarrend.
Hoe afkortingen zijn ontstaan
Al eeuwenlang gebruiken mensen kortere varianten van woorden en zinnen. De oude Romeinen deden het al. Op inscripties en documenten schreven zij letters als SPQR, wat staat voor Senatus Populusque Romanus, oftewel „de Senaat en het volk van Rome“. Dat was niet alleen handig, het spaarde ook tijd en ruimte. In de middeleeuwen namen monniken dit gebruik over bij het kopiëren van teksten. Zij verkortten lange Latijnse woorden om sneller te kunnen schrijven. Zo groeide de gewoonte om woorden samen te persen tot een paar letters, en die gewoonte is nooit meer verdwenen.
Verschillende soorten verkorte schrijfwijzen
Niet alle ingekorte vormen zijn hetzelfde. Er zijn initiaalwoorden waarbij je de losse letters uitspreekt, zoals BBC of NS. Daarnaast zijn er acroniemen, waarbij de letters samen een nieuw woord vormen dat je gewoon uitspreekt, zoals NATO of laser. Laser staat oorspronkelijk voor „Light Amplification by Stimulated Emission of Radiation“, maar wie denkt daar nog aan als ze het woord horen? Dan zijn er ook gewone verkortingen zoals „bijv.“ voor „bijvoorbeeld“ of „t/m“ voor „tot en met“. Die gebruik je alleen in schrijftaal. In gesproken taal zeg je altijd het volledige woord. Al deze vormen hebben gemeen dat ze tijd en ruimte besparen, maar ze werken alleen als de lezer of luisteraar weet wat ze betekenen.
Afkortingen in het digitale tijdperk
Met de komst van sms en sociale media schoten nieuwe verkorte vormen als paddenstoelen uit de grond. LOL betekent „laughing out loud“, ASAP staat voor „as soon as possible“ en BRB is „be right back“. Deze uitdrukkingen kwamen voort uit de behoefte om snel te typen op een klein toetsenbord. Later migreerden ze van de chatbox naar gewone gesprekken en zelfs naar advertenties en reclameteksten. Een nieuwe lading termen bracht ook verwarring mee. Neem BDE: dit stond opeens op Instagram en in tijdschriften, maar de meeste mensen hadden geen idee wat het betekende. Het is een Engelstalig begrip dat staat voor „big dick energy“, een term voor uitgesproken zelfvertrouwen zonder dat je er moeite voor doet. Wie er niet mee bekend was, moest even zoeken om het te begrijpen. Dat is precies het probleem met veel moderne afkortingen: ze zijn populair in een bepaalde groep, maar volkomen onbegrijpelijk voor iedereen daarbuiten.
Wanneer verkorte taal verwarring zaait
In officiële teksten kunnen dezelfde letters staan voor heel verschillende dingen. BBW is een goed voorbeeld. In een juridische context staat het voor Belgisch Burgerlijk Wetboek. In andere contexten heeft het een volledig andere betekenis die niets met recht te maken heeft. Dat soort dubbelzinnigheid kan leiden tot misverstanden, zeker als de context niet duidelijk is. Daarom is het in formele communicatie verstandig om een afkorting de eerste keer volledig uit te schrijven en de verkorte versie er dan direct achter te zetten. Dan weet de lezer voortaan wat je bedoelt. In informele berichten tussen vrienden speelt die verwarring minder snel, want de context is duidelijk. Toch loont het de moeite om even na te denken of de ontvanger dezelfde taal spreekt als jij, letterlijk en figuurlijk.
Veelgestelde vragen
Wat is het verschil tussen een acroniem en een gewone afkorting?
Een acroniem is een verzameling beginletters die je als één woord uitspreekt, zoals NATO of radar. Een gewone afkorting spreek je niet als woord uit, maar je zegt de volledige term, zoals „bijv.“ dat je uitspreekt als „bijvoorbeeld“. Beide zijn manieren om woorden of zinnen in te korten, maar ze werken op een andere manier.
Hoe weet je wat een onbekende afkorting betekent?
Als je een onbekende afkorting tegenkomt, is de context vaak de beste aanwijzing. Gaat het om een officieel document, dan zoek je in een juridisch of vakinhoudelijk woordenboek. Voor internetjargon zijn sites als Urban Dictionary of gewone zoekmachines handig. Zet de letters gewoon in de zoekbalk en voeg het woord „betekenis“ toe, dan vind je snel het antwoord.
Moet je een afkorting altijd de eerste keer uitleggen in een tekst?
In formele of zakelijke teksten is het gebruikelijk om een afkorting de eerste keer volledig uit te schrijven en de verkorte versie er direct achter te zetten tussen haakjes. Daarna mag je de korte versie gebruiken. In informele teksten, zoals een berichtje aan een vriend, is dat niet nodig zolang jullie allebei weten wat je bedoelt.
Waarom gebruiken sommige afkortingen punten en andere niet?
In het Nederlands schrijf je punten bij afkortingen die je niet als woord uitspreekt, zoals „o.a.“ of „bijv.“. Bij afkortingen die je als woord uitspreekt, zoals NATO of aids, gebruik je geen punten. Bij afkortingen van eigennamen, zoals NS of ABN AMRO, laat je de punten ook weg. De spellingregels hierover zijn vastgelegd in de officiële Nederlandse woordenlijst, het Groene Boekje.